De Raad
Er bestaat maar één Raad. Om redenen van organisatie van zijn werkzaamheden komt hij evenwel, afhankelijk van de behandelde onderwerpen, bijeen in verschillende formaties waaraan wordt deelgenomen door de ministers van de lidstaten en de Europese Commissarissen die bevoegd zijn voor de behandelde onderwerpen. In de jaren 90 waren er 22 formaties.Dat aantal is in juni 2000 teruggebracht tot 16 en in juni 2002 tot 9.Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 zijn er tien formaties.Niettemin is er nog steeds maar één Raad, in die zin dat, ongeacht welke formatie van de Raad een besluit aanneemt, er sprake is van een besluit "van de Raad". De formatie wordt daarbij niet vermeld.De zetel van de Raad bevindt zich in Brussel waar hij meerdere malen per maand bijeenkomt (in april, juni en oktober vinden de bijeenkomsten plaats in Luxemburg).
De besluiten van de Raad worden voorbereid in een stelsel van groepen en comités (meer dan 150) die zijn samengesteld uit afgevaardigden uit de lidstaten.Zij regelen technische kwesties en geven het dossier door aan het Comité van permanente vertegenwoordigers (het Coreper), dat bestaat uit ambassadeurs van de lidstaten bij de Europese Unie. Dit Comité zorgt ervoor dat de besprekingen samenhangend zijn en dat de technisch-politieke problemen worden opgelost voordat het dossier aan de Raad wordt voorgelegd.
De Raad besluit middels een stemming van de ministers van de lidstaten.Er zijn drie stemregels, afhankelijk van wat het Verdrag voor de onderwerpen in kwestie voorschrijft:gewone meerderheid (voor procedurebesluiten), gekwalificeerde meerderheid (een systeem van gewogen stemmen, afhankelijk van de bevolking van de lidstaten, voor een groot aantal besluiten op het gebied van de interne markt, de economie en de handel) of eenparigheid van stemmen (voor buitenlands beleid, defensie, justitiële en politiële samenwerking en belastingen).
In de overgrote meerderheid van de gevallen neemt de Raad een besluit na een voorstel van de Europese Commissie en samen met het Europees Parlement, of via de raadplegingsprocedure (bijvoorbeeld op het gebied van landbouw, justitiële en politiële samenwerking en belastingen), of volgens de medebeslissingsprocedure (bijvoorbeeld op gebieden die te maken hebben met de interne markt).