De begroting van de Europese Raad en de Raad
Afdeling II van de algemene begroting van de EU omvat de begroting van de Europese Raad en de Raad (ER/R), binnen één gemeenschappelijke begrotingsstructuur.
De ER/R-begroting voor 2013 bedraagt 535,5 miljoen euro, een stijging van 1,5 miljoen euro oftewel 0,3% in vergelijking met 2012.
- 60 % van het bedrag op de ER/R-begroting voor 2013 is bestemd voor de ongeveer 3150 ambtenaren die er werken.
- De Raad organiseert meer dan 4500 officiële vergaderingen per jaar. De directe kosten van deze vergaderingen (zoals reiskosten van de delegaties en kosten van vertolking) komen op 22 % van de totale begroting.
- De uitgaven voor gebouwen en infrastructuur vertegenwoordigen 8% van de begroting, en informaticasystemen, meubilair en uitrusting nog eens 8%.
In 2013 maakt afdeling II ongeveer 0,4 % van de EU-begroting uit. Dit komt neer op ongeveer 6% van de totale administratieve uitgaven van alle EU-instellingen samen.
De vaststelling van de ER/R-begroting begint in januari met het formuleren van de doelstellingen en de voorstellen voor de benodigde middelen voor het volgende jaar. Aan de hand daarvan wordt de "raming van ontvangsten en uitgaven" van de Europese Raad en de Raad opgesteld en aan de Raad voorgelegd, waarna zij wordt geïntegreerd in het voorstel van de Commissie voor de ontwerpbegroting.
De Raad en het Europees Parlement worden geacht tegen medio november in het bemiddelingscomité een gemeenschappelijk standpunt over de EU-begroting voor het volgende jaar overeen te komen. Na het gemeenschappelijk standpunt zullen het Europees Parlement en de Raad het resultaat zo snel mogelijk formaliseren, overeenkomstig hun interne procedures.